De gemeenschap van Chichubamba, wat "de vruchtbare laagvlakte" betekent, bevindt zich net naast de stad Urubamba in de Heilige Vallei in Perú. Er zijn ongeveer 240 leden van de gemeenschap die hun brood verdienen voornamelijk met landbouw als levensonderhoud.
De gemeenschap heeft een rijke geschiedenis en bestaat volgens de geschriften al sinds halverwege 1500, en waarschijnlijk nog vroeger, daar Chichubamba de plek is van de Tambo de Qéspiwanca, gebouwd tijdens het rijk van de incakoning Huayna Capac (1497 a 1523).
Deze werd hoofdpersoon van de Chichubamba gemeenschap, blijkt uit een inspectie gedaan in het jaar 1552. De inspectie maakte duidelijk dat de tomben toebehoorden aan Huayna Capac.
De tomben bevinden zich aan de rand van een rivier genaamd Chicon (Tullumayo) en ze werden ontdekt grenzend aan een veld en een opslagplaats die eveneens toebehoorden aan de inca. De “escrituras Adicionales” door Horacio Villanueva Urtega vermelden: "Rechts tegen de heuvel ligt een indianendorp in de natuurlijke krul van de vallei, waarvan de grond hen toebehoort. Toen zij hier aankwamen zagen ze de streek van Quispiguanca die zij Chichobamba (de gronden van Urubamba) noemden. Volgens hen ligt aan de andere kant van de gronden van Chichobamba een weg die leidt naar enkele tombes, genaamd Quispeguanca, die van Huayna Capac zijn."
|